Juiste plaatsing van de materialen bepalen het succes van een MLP. Grootste vijand van de ordening van de MLP-materialen is de aangeboren drang van bibliothecarissen te willen ordenen. Het is zaak je te verplaatsen in de gebruikers van met MLP: de kinderen met een leesprobleem.

Basisprincipes

Optimale vindbaarheid voor kinderen met een leesprobleem. Hen materialen leveren voor:

  • het maken van werkstukken en spreekbeurten. Hierbij gaat het vooral om non-fictiematerialen. Het duidelijkst is het wanneer die apart staan van de fictie. 
  • stimuleren tot lezen en stimuleren van leesplezier. Dit gebeurt voor het grootste deel met fictiematerialen. Leren lezen gaat vaaral aan de hand van fictie. Pas in groep 5, als het lezen al gevorderd is, komen kinderen ertoe om ook non-fictie te lezen.
    Scheiding tussen fictie en non-fictie is ook prettig voor kinderen die liever non-fictie lezen. Zij weten al snel op welke plek die bij elkaar staat.

Bewegwijzering met beeld. Het lezen van bewegwijzering moet zoveel mogelijk vermeden worden. Lezen is immers het probleem van de klanten van het MLP. Zij zijn vaak erg beeld gericht. Gebruik maken van visuele ondersteuning van de bewegwijzering in de vorm van pictogrammen en kleuren verhoogt de vindbaarheid. Kasten zonder (visuele) bewegwijzering sturen kinderen het bos in. Ze haken dan snel af.

Plaatsingsregels

  • Fictie en non-fictie apart plaatsen. Redenen hiervoor staan hierboven. Apartplaatsing brengt al een duidelijke eerste indeling op het MLP aan.
  • Fictie plaatsen op genre. Kinderen weten welke onderwerpen hen interesseren. Het verhoogt de vindbaarheid als de fictie op genre is geplaatst. Materialen die zonder genresticker van de NBD komen, krijgen een genre toegekend. Hiervoor zijn het genre vrienden en avontuur (voor spannend verhaal) geschikt. Ook het genre school kan al snel toegekend worden. Kleine MLP's nemen een beperkt aantal genres op. Gekozen kan worden voor de grootste: spanning, vrienden, school, griezelen en kleinere, speciek of jongens of meisjes gericht, zoals sport en paarden.
  • Heel belangrijk: verschillende fictiematerialen bij- en door elkaar zetten op genre. Het idee hierachter is dat je kinderen aan het lezen wilt krijgen. Dat is je hoogste doel. Als je luisterboeken en leesboeken bij elkaar zet, passeren kinderen ook de leesboeken als ze een luisterboek zoeken. Ze kunnen dan getriggerd worden om een boek te pakken omdat dat er aantrekkelijk uitziet. En dan heb je ze aan het lezen. Dat betekent dus dat je de luisterboeken en de leesboeken niet in aparte rijtjes bij het genre zet, maar door elkaar heen.
  • Hetzelfde voor de non-fictie: non-fictieboeken en informatieve dvd's door elkaar zetten op onderwerp. Behalve dat ook hier opgaat: misschien pakken ze wel een boek in plaats van een dvd, is het ook handig omdat ze dan gelijk een boek kunnen uitzoeken met plaatjes die ze kunnen scannen of kopiëren voor een werkstuk of spreekbeurt.
  • Meeleesboeken zijn studiemateriaal. Ze bevorderen meestal niet echt het leesplezier. Het is belangrijk goed onderscheid te maken tussen oefenen en lezen voor je plezier. Meeleesboeken krijgen een studiemateriaalsticker en worden apart geplaatst bijvoorbeeld in de buurt van cd-roms, die bedoeld zijn voor oefenen. Een printvel voor oefenmateriaalstickers kun je elders op deze site downloaden. Dus geen meeleesboeken bij de gewone fictieboeken!
  • Boeken van verschillende avi-niveaus bij elkaar. Avi-aanduidingen zijn niet boeiend voor het MLP. Het enige wat je er aan kunt hebben is dat je een kind dat op avi 2 leest geen avi-6 boek in handen geeft. Maar een boek zoeken op het MLP van een bepaald avi-niveau is niet leesplezierbevorderend. Ouders die daarom vragen, omdat 'dat moet van de leerkracht', moeten ervan overtuigd worden, dat het gaat om wat het kind leuk vindt om te lezen. Een kind dat een boek leest in een lager avi-niveau dan het op school oefent, kan dat boek snel uitlezen, wat een positieve leeservaring oplevert. En een kind dat gemotiveerd is om een non-fictieboek te lezen op een hoger avi-niveau dan het beheerst, zal daar toch plezier aan beleven. Wij bibliothecarissen weten dat, maar moeten ook elke keer weer opnieuw de moeite nemen om ouders daarvan te overtuigen. Ook scholing aan leerkrachten op het gebied van leesbevordering voor zwakke lezers is iets wat we steeds weer moeten aanbieden aan het onderwijs.
  • A- en B-boeken door elkaar. Op een MLP heb je te maken met dusdanig kleine rijtjes boeken, dat het onoverzichtelijker is om de A- en de B-boeken te scheiden dan die bij elkaar te plaatsen. De grenzen tussen de twee leeftijdsaanduidingen zijn bovendien erg vaag. Beter dus: A- en B-boeken op verschillende avi-niveaus, gecombineerd met luisterboeken bij elkaar op genre. Met een goede bewegwijzering!

Valkuilen:

  • De aangeboren ordeningsneiging van ons bibliothecarissen
  • Buigen voor eisen leerkrachten die alleen avi-gericht denken. Het is zaak, altijd met hen in discussie te blijven. Gelukkig ondersteunt ook de officiële leesonderwijswetenschap het belang van leesplezier en de vrije boekkeuze van kinderen voor geslaagd leesonderwijs. Zie bijvoorbeeld het boek: Dyslectische kinderen leren lezen van Anneke Smits en Tom Braams, dat het nieuwe handboek is voor leesonderwijs aan zwakke lezers.

Het Makkelijk Lezen Plein is
een initiatief van:



© ProBiblio; Makkelijk Lezen Plein 2011

naar boven