-
-
Sta open
Sta open voor het probleem van uw kind.
Maak er niet een heel probleem van.
Het kind vindt het ook niet leuk om te hebben. -
Eigenwaarde
Laat het kind in zijn eigen waarde.
Het is een normaal persoon en HEEFT dyslexie.
Het is niet dyslectisch.
Het is en blijft die persoon. -
Pesten
Let goed op uw kind.
Dyslectische kinderen zijn vaak snel het doelwit van pesterijen. -
Stimuleer lezen
Stimuleer lezen of naar boeken luisteren. (Voor de woordenschat) -
Context
Let op de context van een zin, niet de letterlijke zin.
Als het vast is gesteld, dat er sprake is van dyslexie, zal het kind moeite hebben om zinnen op te schrijven.
U mag er wel op letten, maar let er niet continu op, want het kind vindt het moeilijk en zal, als u er vaak tegen zegt dat zij/hij het fout doet, niet meer moeite willen doen, want: "ik doe het toch altijd al fout" -
Verfilmingen
Bekijk verfilmingen van boeken. -
Adviezen geven
Zoek niet zelf naar een oplossing, laat uw kind de oplossingen vinden door alleen maar adviezen te geven.
Geef het kind handvatten, waaraan hij zich omhoog kan trekken.
Als het kind dan zelf de oplossing vindt, krijgt het kind ook een voldaan gevoel.
Als u het altijd voorzegt, zal het kind zoiets hebben van: het antwoord komt toch zo wel. -
Goede leermethode
Zoek samen een goede leermethode voor uw kind, als het leren niet goed lukt.
Dit kan door bijvoorbeeld:
mee lezen met een tekst die voorgelezen wordt,
kaartjes maken met aan de ene kant de ene taal en aan de andere kant een andere, etc. -
Engels leren
Als uw kind onder avi-niveau 6 leest, zal het geen ondertitelingen kunnen lezen.
Dat gaat dan te snel.
Om Engels te leren kunt u uw kind films laten kijken. -
Controleer niet opvallend
Controleer - niet opvallend - altijd wat een kind doet.
Kijk bijvoorbeeld als hij/ zij ergens heen moet en een routeplanner heeft uitgedraaid of de namen goed zijn.
Anders rijdt het kind ergens anders heen.
Kijk gewoon waar hij/ zij heen moet, zeg niet dat je het nakijkt.
-
