Belangrijke uitgangspunten

Veel ouders willen graag thuis oefenen met lezen met hun kind. Belangrijke uitgangspunten bij het extra oefenen van het lezen:

  • Spreek altijd met school af wat u thuis kunt doen, zodat er een goede afstemming is tussen het oefenen thuis en het oefenen op school.
  • Oefen op een speelse wijze. Oefenen moet leuk blijven.
  • Bemoedig het kind en benadruk wat goed gaat.
  • Dwing of straf het kind niet als het geen zin heeft.
  • Breng een bepaalde regelmaat in het oefenen. Oefen bijvoorbeeld op een vast moment van de dag, maar niet tijdens favoriete tv-programma’s. Stel bijvoorbeeld met het gezin in om voor het eten een kwartier een letter/woordspelletje te doen en maak het gezellig met een drankje.
  •  Sluit zoveel mogelijk aan bij de interesses van het kind en bij wat er op school gebeurt.
  •  Geef zelf het voorbeeld door ook eens een boek of krant te lezen in het bijzijn van het kind. Of door iets te vertellen over wat je gelezen hebt
  •  Dagelijks een kwartier voorlezen - tot en met groep 8 - is de beste stimulans en voorkomt problemen bij begrijpend lezen.

 

Oefenen in groep 3 en 4

Maak van alle onderstaande oefeningen een spelletje, het liefst met meer leden uit het gezin.

 

  • Gebruik letterblokjes om woordjes te leggen. De volwassene legt woorden van vijf letters. Het kind legt woordjes van drie letters en krijgt dubbele punten. Gebruik hiervoor bijv. Scrabble, Boggle of een letterdoos.

 

  • De letterblokjes zijn natuurlijk op veel meer manieren te gebruiken, bijv.:
    • Een bepaalde letter opzoeken (Bijv. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de eerste letter daarvan is een …..; variatie: laatste letter, eerste lettergreep enz.)
    • Een woord veranderen door letters te verwisselen
    • Een woord in de goede volgorde leggen dat door de ouder in een verkeerde volgorde is neergelegd

 

  • Schrijf een grote letter op een tekenvel en laat het kind er een tekening van maken of bedenk samen wat je van zo’n letter kunt maken en teken dat. Datgene wat ervan gemaakt wordt, zou ook met de letter zelf kunnen beginnen. Of er kunnen meerdere voorstellingen getekend worden met dezelfde letter. Hang de letter op een centrale plaats op, bijvoorbeeld op de koelkast.

 

  • Lees samen een boek. Lees om de beurt een regel of meerdere regels. Bespreek samen met uw kind hoe u dit gaat doen. Probeer twee dezelfde boeken in de bibliotheek te vinden, zodat je allebei een eigen boek hebt.

 

  • Maak samen rijmpjes. Hierbij kunnen bijvoorbeeld gekke rijmpjes of rijmen met niet bestaande woorden gemaakt worden.

 

  • Maak woordkettingen: iemand begint met een woord, de volgende bedenkt een woord dat met de laatste letter van het eerste woord begint, en zo verder. Hierbij kan ook gespeeld worden rond een thema, bijv. dieren.

 

  • Woordrijtjes maken: laat het kind zoveel mogelijk woordjes bedenken of opschrijven die met een bepaalde letter beginnen of eindigen of die een bepaalde letter/klank bevatten. Dit kan heel goed in de auto: woorden maken van letters op nummerborden van auto’s. Wie het eerst een woord weet.

 

  • Noem een woord en laat het kind er een ander woord van maken door een van de klanken te vervangen.

 

  • Gebruik flitskaartjes om de letters te oefenen. Maak hiervoor kartonnen kaartjes met op elk kaartje een klinker (korte klanken), een medeklinker, een dubbele klinker (lange klanken als aa, oo), een tweetekenklank als eu, oe, ui, sch, ch, ng en nk, een drietekenklanken als aai, ooi, oei, auw en ouw of een viertekenklank als eeuw en ieuw. Gebruik die letters en samenklanken die het kind op school al geleerd heeft. De letters die het kind goed zegt, leg je weg. De andere doe je nogmaals tot er geen kaartje meer over is.

 

  • Doe kruiswoordraadsels en rebussen met het kind. Deze zijn bij de speelgoedwinkel te koop. Deze hebben trouwens nog meer oefenboekjes met taalspelletjes. (Uitgeverij Deltas)

 

  • Speel een kwartetspel waarmee de diverse klank/tekenkoppelingen geoefend worden (op het MLP te verkrijgen)

 

  • Spelletjes van Kees de Baar (Letterbingo, Drietal enz.)

 

  • Zelf veel voorlezen. Kies inhoudsrijke, spannende, leuke boeken. Een boek dat niet aanslaat bij het kind niet verder (laten) uitlezen, maar een ander boek kiezen.

 

  • Lees een stuk voor uit een aansprekend boek en laat het kind daarna hetzelfde stuk hardop lezen. Mag best moeilijker zijn dan het technisch AVI-niveau dat het kind beheerst. Lees het boek zo verder tot het kind alleen verder wil lezen. Voor een goede oefenmethode klik hier.

 

  • Bij hardop lezen door het kind: niet op fouten wijzen, niet laten hakkelen, maar het woord zeggen.

 

  • Lees het begin van een spannend boek voor. Laat het kind zelf verder lezen, als het goed in het verhaal zit.

 

  •  
  • Interactief voorlezen. Vraag het kind bijvoorbeeld hoe het denkt dat het verhaal zal aflopen of het iets zou oplossen. Ook een stukje navertellen is stimulerend. Zie bijvoorbeeld de materialen van Boekenpret.

 

  • Laat het kind zelf stillezen op het niveau dat het aankan. Zoek naar boeken die aansluiten bij de interesse van het kind. Wissel stillezen af met luisteren naar een bandje of cd-rom (met het boek erbij, maar alleen als uw kind dat leuk vindt!).

 

  • Probeer het kind te interesseren voor een serie. Het tweede deel uit de serie is makkelijker te lezen omdat de context bekend is. Het kind zal daardoor geneigd zijn de hele serie te lezen.

 

  • Maan-roos-vis: hierbij zijn computerprogramma’s en andere taalspelletjes gemaakt om thuis te spelen. Ze zijn vaak te leen bij de Openbare Bibliotheek.
Meer weten?

Op de volgende websites zijn meer adviezen voor ouders te vinden:

 

 

Nuttige boeken:

 

  • Tom Braams / Kinderen met dyslexie
  • Tom Braams / Dyslexie, een complex taalprobleem
  • Cora de Vos / Dyslexie
  • Jan Hindrik Loonstra en Frans Schalkwijk (red) / Omgaan met dyslexie: sociale en emotionele aspecten
  • Arga Paternotte (red.), Dus toch …. Dyslexie
  • Arga Paternotte / Houvast bij leesproblemen
  • Marijke van Vuure, Dyslexie en touwtje springen, Praktisch hulpboek voor ouders van kinderen die lezen lastig vinden, 2011, uitg. Akasha

 

Kijkt u in uw bibliotheek of er een Makkelijk Lezen Plein is. Op het Makkelijk Lezen Plein zijn oefenprogramma’s te vinden om het technisch lezen te ontwikkelen.

 

Bij het samenstellen van deze lijst is gebruik gemaakt van adviezen van Erna Houwers, jeugdbibliothecaris Stadsbibliotheek Haarlem, Marijke van Schaick, leerkracht basisonderwijs, Hanneke Wentink, auteur van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie. Voor de voorleestips danken we Tom Braams, auteur van diverse boeken over dyslexie.

Nanda Geuzebroek,

Consulent makkelijk lezen

 

Het Makkelijk Lezen Plein is
een initiatief van:



© ProBiblio; Makkelijk Lezen Plein 2011

naar boven