Belangrijke uitgangspunten

Veel ouders willen graag thuis oefenen met lezen met hun kind, omdat er op school te weinig gebeurt. Denk hierbij aan de volgende zaken:  

  • In het belang van het kind is het altijd zaak zoveel mogelijk met de school samen te werken en op een lijn te blijven.
  • Het kind moet (weer) het gevoel krijgen dat boeken leuk zijn. Kies dus altijd een boek dat het kind uitgezocht heeft en dat aansluit bij zijn of haar interesse. Dit kan een boek over ruimtevaart zijn, maar ook een boek van Roald Dahl.
  • Thuis oefenen moet leuk zijn. Als het met strijd gepaard gaat, werkt het niet.
  • Het kind moet een succeservaring opdoen. Op dit principe is deze manier van oefenen gebaseerd.
  • Bemoedig het kind door bijvoorbeeld geen aandacht te besteden aan gemaakte fouten. Benadruk juist wat goed gaat.
  • Geef het kind het gevoel er niet alleen voor te staan. Gaat het lezen niet lekker? Help dan even wat meer. Dit geeft een veilig gevoel.

De methode
De methode werkt als volgt:
 
Kies een boek dat 1 of 2 avi-niveaus hoger ligt, dan het avi-niveau dat uw kind beheerst.

Als het kind niet verder komt dan avi-2 is het helemaal belangrijk om een boek van een hoger avi-niveau te nemen. Boeken op avi-1 of 2-niveau zijn vaak moeilijk te lezen, doordat ze in een soort telegramstijl zijn geschreven. Door de veelvuldige korte woordjes, bieden ze een kind vaak weinig houvast. Boeken op avi-3 niveau of hoger bieden ook interessantere verhalen en de context geeft meer houvast bij het lezen van moeilijker woorden.

Bij deze methode gaat het erom dat het kind vloeiend leest. Het kind hoeft niet snel te lezen, als het maar op toon leest en als de zinnen maar vloeiend gelezen worden.

Kies een stuk tekst. Begin met een halve bladzijde en bekijk hoe dit werkt. Gaat het lezen moeilijk, neem dan een korter stukje. Gaat het goed, lees dan een langer stuk.

Stap 1: voorlezen

De ouder leest het stuk niet te snel, maar vloeiend voor. Het kind wijst het woord, dat gelezen wordt, bij.

Stap 2: koorlezen

Daarna lezen ouder en kind de tekst samen hardop (koorlezen). De ouder praat zachtjes, en vooral ondersteunend. Het kind wijst met de vinger het woord bij. Als het lezen goed gaat, kan stap 2 overgeslagen worden. Ook als u het idee krijgt te veel in een schoolse sfeer te komen. 

Stap 3: zelfstandig lezen met ondersteuning

Daarna leest het kind de tekst hardop voor. De ouder wijst bij en bepaalt daarmee het tempo waarin gelezen wordt. Het lezen moet vloeiend en op toon gaan. Als het kind aarzelt of hakkelt bij een woord, zegt de ouder het woord voor.

Het nut van voorzeggen

Het voorzeggen van het woord is erg belangrijk. Het tempo blijft erin en het kind kan op toon blijven lezen. Het voorzeggen geeft een veilig gevoel, omdat het kind zich gesteund voelt. Dat komt het zelfvertrouwen ten goede en daarmee ook het lezen.

Het voorzeggen is ook belangrijk, omdat het kind daardoor niet een verkeerd woordbeeld aan het woord gaat plakken. De volgende keer zal hij het eerder herkennen. Het kind een woord laten spellen heeft geen zin. Het houdt het lezen op, de vloeiendheid gaat uit het lezen. De volgende keer dat het kind het woord tegenkomt, zal het weer net zo hard gaan spellen.

Door het voorzeggen blijft lezen ontspannend. Het is erg belangrijk spanning te voorkomen.

 

Belonen

Aan het eind van de samenleessessie geeft de ouder positief commentaar: "Goed op toon gelezen", of "Bijna geen fouten gelezen", of  "Dat heb je spannend voorgelezen".

Als een wat dikker boek gelezen wordt, kan de ouder het hoofdstuk uitlezen of een paar bladzijden verder lezen. Het boek wordt dan sneller uit gelezen en de spanning blijft er in.

Meer weten?
Wie meer wil weten over het oefenen van het lezen met een kind met dyslexie kan erover lezen in:
Dyslectische kinderen leren lezen / Anneke Smits en Tom Braams (2006), Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemen.

 

 

Het Makkelijk Lezen Plein is
een initiatief van:



© ProBiblio; Makkelijk Lezen Plein 2011

naar boven