gebruik je vijf vingers!Om te voorkomen dat kinderen te moeilijke boeken pakken voor bijvoorbeeld het stillezen, geeft Kees Vernooy de tip om gebruik te maken van de vijfvingertest.

 

Het kind kiest hierbij een pagina uit het boek en leest deze stil voor zichzelf. Als het gaat lezen houdt het vijf vingers omhoog.
Wanneer het kind een woord tegenkomt dat het met moeite kan lezen, doet het een vinger naar beneden. Als voor het einde van de bladzijde alle vingers naar beneden zijn, is het boek waarschijnlijk nog te moeilijk voor het kind.

 

Andersom kan natuurlijk ook: beginnen met een vuist en dan telkens een vinger opsteken tot de hand vol is.

 

Blokjes

 

Het opsteken van de vingers leidt soms te veel af van het lezen, en daarom kan deze vingertest ook met 5 blokjes gedaan worden, waarvan er één weggelegd of -geschoven wordt als het kind een moeilijk woord tegenkomt.

 

Het is erg belangrijk dat de leerkracht of begeleider het kind laat zien dat het kiezen van een te moelijk boek ten koste gaat van het leesplezier. Het kind moet dan te vaak stoppen om woorden te ontcijferen of de betekenis hiervan te achterhalen en dat werkt demotiverend.
Tijdens het stillezen staat het leesplezier centraal. Door zelf ook te lezen laat de begeleider blijken dat hij lezen leuk vindt en hier plezier aan beleeft, en dient zo als rolmodel.